Actualiteiten jurisprudentie geluid - oktober 2018

Supermarkt Zwanenburg: ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3103

De gemeenteraad van Haarlemmermeer krijgt een lesje van de Afdeling als het gaat om het beoordelen van de maximale mogelijkheden van een bestemmingsplan. Het gaat hier om de nieuwvestiging van een supermarkt. Eerder oordeelde de Afdeling al dat er het nodige ontbrak in de planregels, waardoor de geluidsoverlast voor appellant veel hoger kon zijn dan waar het geluidrapport van uitging. Die uitspraak bespraken wij hier.

De gemeenteraad heeft inmiddels nader akoestisch onderzoek gedaan en de planregels aangepast. Waar het nu nog om gaat is het laden en lossen. In het akoestisch onderzoek is vermeld dat het laden en lossen plaatsvindt tussen 7:00 en 19:00. Het laden en lossen gebeurt volgens het onderzoek inpandig met gesloten roldeur.

In de planregels is netjes vermeld dat het laden en lossen inpandig moet gebeuren. Maar er staat niet dat dit moet gebeuren met gesloten roldeur! Dus het is niet uitgesloten dat het laden en lossen voor 7:00 en na 19:00 plaatsvindt met open roldeur. Die akoestische situatie is niet aanvaardbaar.

Deze uitspraak laat zien dat men zeer nauwkeurig moet formuleren en ieder detail op de juridische schaal wordt gewogen. Gelukkig stelt de Afdeling zich praktisch op. De Afdeling voorziet zelf in de zaak door de planregels aan te vullen. De exploitant van de supermarkt wordt daardoor niet in haar belangen geschaad, nu het ervoor mag worden gehouden dat de exploitant op de hoogte is van en instemt met de uitgangspunten uit het akoestisch onderzoek.

Busremise Drachten: ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3128

In het bestemmingsplan Bedrijvenpark A7-Noord wordt een busremise mogelijk gemaakt. Appellant komt daartegen op vanwege de geluidsoverlast. Er is al een busremise aanwezig, waarvoor in 2016 een omgevingsvergunning is verleend. De rechtbank moet nog uitspraak doen op het beroep dat appellant daartegen heeft ingesteld. Bij de Afdeling is appellant nu eerder aan de beurt.

De Afdeling gaat niet inhoudelijk in op de richtafstanden van de VNG-brochure die door de gemeenteraad zijn gehanteerd. Appellant woont namelijk midden op het bedrijventerrein in een bedrijfswoning bij zijn autoschadeherstelbedrijf. De VNG-brochure is niet bedoeld voor de beoordeling van de hinder die wordt veroorzaakt bij een bedrijfswoning op hetzelfde bedrijventerrein.

Uit akoestisch onderzoek naar het geluid van de inmiddels al aanwezige busremise volgt dat aan de grenswaarden van het Activiteitenbesluit kan worden voldaan. De indirecte hinder van verkeer van en naar de busremise voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van de Schrikkelcirculaire. Daarmee heeft de gemeenteraad zich terecht op het standpunt gesteld dat appellant bij zijn bedrijfswoning geen onaanvaardbare geluidhinder ondervindt.

Belemmering bedrijfsvoering Heiloo: ABRvS 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3316

Op een perceel waar eerder een kerk stond worden 15 woningen gebouwd. Het bedrijfspand van appellant grenst aan de achtertuin van de meest oostelijke rijwoning. Aan de richtafstand van 30 meter wordt niet voldaan.

De relevante werkzaamheden bestaan uit zagen en slijpen met een slijptol, waarbij de deur van het bedrijfspand open staat. Daarnaast wordt het bedrijfspand dagelijks bevoorraad met grote vrachtwagens.

Uit het akoestisch rapport blijkt dat van een relevante belemmering van de bedrijfsvoering geen sprake zal zijn. Er staat namelijk al een woning op 7 meter afstand. Het is niet mogelijk om bij die woning te voldoen aan de normen uit het Activiteitenbesluit indien tijdens het slijpen met de slijptol de deur open staat. Omdat de werkzaamheden dus zullen moeten worden uitgevoerd met gesloten ramen en deuren, zal op de nieuwe woningen ook aan de normen worden voldaan. Dat de exploitant nog nooit klachten heeft gehad van de huidige omwonenden maakt dat niet anders.

Wabo

Omgevingsvergunning sporthal Alblasserdam: ABRvS 26 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3117

Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een sporthal. Daarbij is afgeweken van het bestemmingsplan. Bij de sporthal wordt ook een terras aangelegd.

Appellanten vrezen vooral voor hun zondagsrust. In het akoestisch rapport is ervan uitgegaan dat de sporthal en de sportvelden alleen van maandag tot en met zaterdag worden gebruikt en het terras alleen van 7:00 tot 23:00 uur wordt gebruikt. Deze tijden zijn in de ruimtelijke onderbouwing vermeld. Appellanten wijzen erop dat de APV ruimere openingstijden mogelijk maakt.

Belangrijk is dat de sporthal is vergund met een omgevingsvergunning. De ruimtelijke onderbouwing maakt onderdeel uit van de verleende omgevingsvergunning. Daarmee wordt de reikwijdte van de omgevingsvergunning bepaald door de openingstijden die in de ruimtelijke onderbouwing zijn vermeld. Gebruik van het terras op zondag is dus niet vergund. Appellanten hoeven daarom niet bang te zijn dat hun zondagsrust wordt verstoord.

Op andere dagen is er wel enige overlast te verwachten. In de dagperiode is er een geringe overschrijding van de geluidsnormen voor wat betreft de gecumuleerde geluidbelasting. De uitspraak vermeldt niet welke norm het college hiervoor hanteert. De overschrijding is acceptabel geacht omdat de sporthal een maatschappelijke functie heeft en er behoefte is aan gymnastieklokalen voor scholen. Het terras is zo gunstig mogelijk gesitueerd en er wordt een geluidscherm geplaatst om het stemgeluid van het terras te reduceren.

Maatwerk Activiteitenbesluit

Maatwerkvoorschrift recyclingbedrijf Leek: ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3463

Voor het recyclingbedrijf in Leek hebben wijzigingen in het Activiteitenbesluit tot gevolg gehad dat zij sinds 2011 niet meer vergunningplichtig is en sinds 2014 het college van B en W bevoegd gezag is in plaats van GS.

Het college van B en W besluit als nieuw bevoegd gezag om maatwerkvoorschriften op te leggen. Waarom? De geluidnormen van het Activiteitenbesluit zijn ruimer dan de oude vergunningvoorschriften. De oude geluidgrenswaarden golden van rechtswege nog drie jaar als maatwerkvoorschrift, maar dat verliep per januari 2014. De inrichting ligt aan de rand van een bedrijventerrein op 90 meter afstand van een rustige woonwijk. Het college meent dat het recyclingbedrijf de extra geluidruimte van het Activiteitenbesluit niet nodig heeft. Het college wil liever aansluiten bij de voorkeursgrenswaarden uit de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening en de woonwijk daarmee extra bescherming bieden.

Hoewel deze proactieve opstelling van het college van B en W door velen gewaardeerd zal worden, stuit de gekozen uitvoering op problemen. Het recyclingbedrijf komt met succes op tegen de gestelde maatwerkvoorschriften.

Waar gaat het mis voor het bevoegd gezag? De gestelde maatwerkvoorschriften zijn te strikt geformuleerd. Het college legt geluidnormen op die zelfs 3 tot 9 dB strenger zijn dan de etmaalwaarde van 45 dB(A) die uit de Handreiking zou volgen. Het college heeft bovendien geen rekening gehouden met een uitbreiding van de activiteiten die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Het maatwerk betekent daardoor dat het recyclingbedrijf direct in haar bedrijfsvoering wordt beperkt.

De Afdeling oordeelt dat de geluidnormen uit het Activiteitenbesluit in principe genoeg bescherming bieden tegen geluidhinder. Slechts in bijzondere en incidentele situaties kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen. Dat het bedrijf de geluidruimte niet nodig heeft is daarvoor geen argument. Dat de Handreiking andere geluidgrenswaarden aanbeveelt evenmin. Omdat het college nu zelfs de bestaande bedrijfsvoering beperkt, haalt de Afdeling een dikke streep door het maatwerkbesluit.

Zou het college er verstandig aan hebben gedaan om simpelweg de geluidgrenswaarden van de Handreiking over te nemen? Misschien had het recyclingbedrijf dan geen aanleiding gezien om beroep in te stellen, maar zou dat wel zijn gebeurd dan verwacht ik dat het besluit evengoed was vernietigd. Het recyclingbedrijf blijkt namelijk ruimschoots aan de grenswaarden van de Handreiking te voldoen. Er is dan geen noodzaak om dit via een maatwerkvoorschrift af te dwingen.

Voor het college van Leek is het een kwestie van afwachten totdat de Omgevingswet in werking treedt in 2021. De gemeente krijgt dan meer beleidsvrijheid om in het omgevingsplan te bepalen welke geluidnormen op welke locatie passend zijn. In het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt een standaardwaarde voor geluid gegeven, maar daar kan een gemeente ook gemotiveerd van afwijken. Die mogelijkheid is niet beperkt tot bijzondere of incidentele situaties.

Handhaving

Sportschool Berghem: ABRvS 3 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3218

Sporten gaat het beste met wat lekkere muziek erbij, zo denkt ook deze exploitant. De buren zitten anders in de wedstrijd en klagen bij de gemeente. Na metingen blijkt dat de normen van het Activiteitenbesluit worden overschreden met 11 dB(A) in de avondperiode. Het college van B en W legt een last onder dwangsom op. Na controles worden er overschrijdingen van 7 dB(A) en 8 dB(A) geconstateerd, waardoor er twee dwangsommen worden verbeurd en ingevorderd.

De exploitant voert aan dat zij niet in overtreding kan zijn. Er zijn namelijk in 2014 maatwerkvoorschriften opgelegd, waardoor geluidbegrenzers zijn aangebracht. Deze zijn afgesteld en verzegeld. Door de omgevingsdienst is eerder geconstateerd dat binnen de inrichting aan het maatwerkvoorschrift wordt voldaan. De metingen ter plaatse van de woning kunnen daarom niet juist zijn.

Helaas gaat dit argument niet op. Het blijft namelijk de verantwoordelijkheid van de sportschool om ook ter plaatse van de woningen aan de geluidnormen te voldoen. Dat staat los van de al dan niet juiste werking van de geluidsbegrenzers.

Hoe kan het nu dat er bij de woningen een forse overschrijding word gemeten terwijl het muziekvolume was begrensd? Bij de afstelling van de begrenzers zal er geen rekening mee zijn gehouden dat het geluid ter plaatse van de woningen nog herkenbaar is als muziekgeluid. Bij de metingen is daarom een toeslag van 10 dB voor muziekgeluid gehanteerd. Zonder die toeslag zou de sportschool ten tijde van de controles wel netjes aan de normen hebben voldaan.

Dat de situatie juist door de toeslag van 10 dB zuur uitpakt voor de exploitant, is geen reden om handhavend optreden achterwege te laten. Zoals de Afdeling in feite zegt: de regels zijn nu eenmaal de regels.

Motorcrossbaan Valkenswaard: ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3444

Buren van het autorally- en motorcrosscircuit in Valkenswaard verzoeken om handhavend optreden. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd omdat de logboeken niet goed worden bijgehouden. Volgens de buren is dit niet voldoende en zijn er meer overtredingen. Daarin krijgen ze gelijk.

In de loop van de tijd is het parcours van de crossbaan gewijzigd ten opzichte van de tekening die bij de omgevingsvergunning milieu hoort. Er is een extra lus aangebracht en de bocht is ruimer gemaakt, waardoor de baan is opgeschoven richting de omwonenden. Het geluid van de motorcrossbaan wordt uitsluitend gereguleerd door bronvoorschriften. De motoren moeten namelijk aan bepaalde geluideisen voldoen. Door de wijziging van het parcours kan er meer geluid op de omliggende woningen ontstaan. Het college heeft onvoldoende onderzocht of er sprake is van een verandering van de inrichting of de werking daarvan, waarvoor een omgevingsvergunning milieu had moeten worden verleend.

Het college blijkt daarnaast een te beperkte opvatting te hebben over de openstelling van de circuits. Het circuit mag maximaal 8 uur per week worden opengesteld. Volgens het college telt alleen de tijd mee dat er daadwerkelijk op het circuit wordt gereden en start de tijd met het starten van een motor. De Afdeling ziet dat anders. Het circuit is opengesteld zodra dat toegankelijk is voor motorcrossactiviteiten. Het is daarom niet uitgesloten dat dit maximum van 8 uur in de praktijk wordt overschreden, dat zal het college alsnog moeten controleren.

Tot slot heeft het college ten onrechte gedacht dat de jaarlijkse Dakar pre-proloog niet onder de werking van de omgevingsvergunning milieu valt. Het college was in de veronderstelling dat het geluid van de Dakar pre-proloog alleen wordt gereguleerd door de evenementenvergunning die daar jaarlijks voor wordt verleend en waarbij ruimere geluidnormen worden opgelegd. Die stelling gaat echter niet op. Een dergelijk evenement valt namelijk onder de reguliere bedrijfsvoering van de inrichting, het is immers in de basis een motorcrossterrein. De Dakar pre-proloog is daarom op die locatie geen bijzondere activiteit als bedoeld in paragraaf 5.4 van de Handreiking. Het college moet het geluid van dit evenement dus ook betrekken bij het handhavingsverzoek.

Als slagroom op de taart stelt de Afdeling vast dat een deel van de activiteiten in strijd is met het bestemmingsplan. Dat geldt onder andere voor de evenementen zoals de Dakar pre-proloog. Het college heeft niet aannemelijk kunnen maken dat dit onder het overgangsrecht valt, omdat de evenementen voor de peildatum niet zo grootschalig waren als nu.

Kortom, het college heeft wat te overpeinzen voor de nieuw te nemen beslissing op bezwaar. De kans dat de zaak dan opnieuw bij de Afdeling terecht komt – door beroep van de omwonenden of de exploitant - is groot. De Afdeling heeft bepaald dat tegen het nieuwe besluit rechtstreeks beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling en het rondje rechtbank kan worden overgeslagen. We houden het in de gaten.

Handhaving horecagelegenheid Wageningen: ABRvS 24 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3441

Het is lastig om handhavend op te treden tegen stemgeluid van gasten op een terras. Als dat terras onoverdekt en onverwarmd is, wordt het stemgeluid niet getoetst aan de normen van het Activiteitenbesluit. Dit tenzij er sprake is van een binnenterrein. Omwonenden van deze horecagelegenheid in Wageningen voeren aan dat het terras naast een woonwijk ligt en het stemgeluid dus niet opgaat in het omgevingsgeluid. De uitzondering van het Activiteitenbesluit is volgens hun niet bedoeld voor deze situatie.

Uit de omschrijving blijkt dat het terras aan twee zijden grenst aan openbaar groen (met aan een zijde daarachter de woonwijk). Aan de andere zijde grenst het terras aan een openbare weg. De Afdeling oordeelt onder verwijzing naar de Nota van Toelichting bij het Activiteitenbesluit dat de situatie van het terras niet vergelijkbaar is met een buitenterrein dat is omsloten door bebouwing waar nauwelijks omgevingsgeluid is. Het Activiteitenbesluit biedt dus geen handvat om handhavend op te treden.

Kan artikel 7.22 van het Bouwbesluit soelaas bieden? Dit is een restbepaling waarmee tegen overmatige hinder kan worden opgetreden. Deze bepaling kan volgens de Afdeling slechts in uitzonderlijke gevallen worden gebruikt, omdat de wetgever nu eenmaal de bewuste keuze heeft gemaakt om stemgeluid van personen op een onverwarmd onoverdekt terras buiten beschouwing te laten. Uit metingen blijkt dat de overlast niet zodanig ernstig is dat er sprake is van een uitzonderlijke situatie.

Transformatie en Bouwbesluit 2012

Transformatie van kantoor naar studentenhuisvesting te Utrecht (deel 2): ABRvS 17 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3373

De gemeente heeft omgevingsvergunning verleend voor de verbouw van een kantoorpand tot kamerverhuurwoning. Er komen 25 onzelfstandige kamers. De Afdeling heeft op 4 april 2018 een tussenuitspraak gedaan, die hier is besproken. Het college had niet gemotiveerd welke geluidseisen van het Bouwbesluit 2012 op het voorziene kamerverhuurpand van toepassing zijn en aan welke eisen is getoetst. Dit gebrek moest worden gerepareerd.

De nieuwe uitleg van het college is echter onvoldoende. Volgens het college is er sprake van verbouw en wordt de bestaande pandscheidingsmuur gehandhaafd in dezelfde vorm als voorheen. Daarom is het rechtens verkregen niveau van toepassing en gelden er in dit geval geen eisen ten aanzien van geluid.

Waarom gaat deze vlieger niet op? Het college kan niet volstaan met een beoordeling van de feitelijke situatie. Het rechtens verkregen niveau wordt namelijk bepaald door te kijken naar de technische voorschriften en de vergunning die op de oorspronkelijke oprichting van het bouwwerk en op eventuele latere verbouwing(en) daarvan van toepassing waren. Wanneer het pand is gebouwd en of het daarna is verbouwd is niet duidelijk. Het college kan dus niet stellen dat het aannemelijk is dat het bouwplan met betrekking tot het geluidsaspect voldoet aan de toepasselijke voorschriften van het Bouwbesluit 2012.

Lees het artikel ook op www.geluidnieuws.nl

Nieuws

  • Actualiteiten jurisprudentie geluid - november 2018

    Onderstaand artikel schreef Daniëlla Nijman voor www.geluidnieuws.nl
    Lees meer >>
  • Contracteren in het Engels - Deel I 'Material Breach'

    Met name in de IT zijn Engelstalige contracten eerder regel dan uitzondering.
    Lees meer >>
  • Actualiteiten jurisprudentie geluid - oktober 2018

    Onderstaand artikel schreef Daniëlla Nijman voor  www.geluidnieuws.nl
    Lees meer >>
meer nieuws >>


Twitter




Halsten law firm

T: 085 488 59 80
E: info@halstenlawfirm.nl
KvK: 59757299

Amsterdam

Cruquiusweg 111G
1019 AG Amsterdam

Eindhoven

High Tech Campus 9 (K 0.17)
5656 AE Eindhoven

Hilversum

Elzenlaan 45
1214 KK Hilversum